EN NU 22 // Interview met filosoof en schrijver Pieter Hoexum

Gepubliceerd op

Pieter Hoexum deed een opleiding aan de kunstacademie en studeerde filosofie. In 2001 won hij de Jan Hanlo Essayprijs Klein, in 2003 verscheen van hem het boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen. Hij publiceert regelmatig artikelen in onder andere Trouw, De Groene Amsterdammer en Filosofie Magazine. Pieter dacht behoorlijk voorbereid te zijn op de “platlegging” en het “thuisblijven”. Vorig jaar heeft hij namelijk een boek gepubliceerd over het thema thuis, titel: Thuis, filosofische verkenningen van het alledaagse. Goede reden dus om te vragen hoe hij er nu voorstaat.

Moge u leven in interessante tijden!

Hoe beleef je dit moment?

Een bekend Chinese verwensing luidt: “Moge u leven in interessante tijden!” Chinese wijsgeren hebben goed begrepen dat het prettig leven is in saaie tijden, waarin alles zijn gewone gangetje gaat – interessante tijden zijn tijden vol rampspoed en ellende. Ik ervaar de huidige corona-crisis als nogal interessant.

Hoe pak je het vanuit je vakgebied op?

In mijn vak – denken en schrijven – pak je eigenlijk nooit iets op… Ik ben meer een stuurman aan de wal, ik geef ongevraagd advies. En ik verbaas me graag over van alles. Ook over mezelf trouwens. Zo meende ik, toevalligerwijs, behoorlijk voorbereid te zijn op de “platlegging” en het “thuisblijven”. Vorig jaar heb ik namelijk een boek gepubliceerd over het thema thuis, nadat ik er zo’n drie a vier jaar over had nagedacht, er onderzoek naar had gedaan en erover had geschreven. Ik zou toch moeten weten waar het om gaat, als het om thuisblijven gaat.

“Thuis” stelt niets meer voor als er geen “uit” is

Maar al na twee weken binnenblijven was de lol er vanaf. Zonder uitgaan bleek thuis geen thuis meer. “Thuis” stelt niets meer voor als er geen “uit” is. Binnen en buiten vormen twee kanten van dezelfde medaille, ze hebben alleen samen zin en betekenis. Het is heerlijk om thuis te genieten van de geborgenheid die je huis je geeft, maar als je niet naar buiten kan of mag, dan is er geen spraken meer van geborgenheid, maar voel je je opgeborgen, om niet te zeggen: opgesloten. Het voor het thuisblijven is van cruciaal belang dat je, als je dat wilt, naar buiten kan. Andersom kan uitgaan en buiten zijn alleen echt aangenaam en zinvol zijn, als je op ieder moment dat je dat wilt, weer naar huis kan. Anders ben je dakloos, thuisloos.

Wat zijn de dilemma’s?

Ik stuitte eigenlijk op een vals dilemma. Thuisblijven en je verplaatsen lijken, zolang je erover nadenkt en erover theoretiseert, tegengestelden. Maar in de praktijk van alle dag , lukt het de meeste mensen prima een dynamisch evenwicht tussen binnen en buiten tot stand te brengen, namelijk door naar buiten te gaan en vervolgens weer naar binnen, en weer naar buiten…. Enzovoorts.

Hoe dan ook, al snel snakte ik naar het moment dat iedereen de (buiten)deuren weer achteloos kan gebruiken. En wist ik zeker dat mijn volgende boek een lofzang moet worden op het uitgaan en op de buitenruimte, op de alledaagse openbare ruimte waar het leven zijn gewone gang kan gaan.

“Wij geven onze gebouwen vorm; daarna vormen onze gebouwen ons.”

Het nieuwe boek zou dus over mobiliteit en infrastructuur moeten gaan. Dat zijn slaapverwekkende termen, maar daar moet je je niet door laten misleiden, ik zou bijna zeggen: daardoor moet je je niet in slaap laten sussen. De verhouding tussen mobiliteit en infrastructuur is ongeveer die tussen thuis en huis – tussen een gebouwde omgeving en zijn gebruikers. Het gaat erom in beeld te krijgen hoe die elkaar beïnvloeden: hoe mensen omgaan met die gebouwde omgeving (en met elkaar in die gebouwde omgeving). “Wij geven onze gebouwen vorm; daarna vormen onze gebouwen ons.”, luidt een bekende uitspraak van Churchill. Het is die wisselwerking tussen mensen en de door hen gevormde omgeving, die mij interesseert.

Buiten moet niet het nieuwe binnen worden

Hoe zie je de toekomst voor je, welke nieuwe opgaven wachten ons?

Het is fijn als er hier en daar plekken in de openbare ruimte zijn waar voorbijgangers wat langer kunnen verblijven, ontmoetingsplekken dus. Maar het lijkt mij minstens zo belangrijk dat de ontwerpers van de openbare ruimte en infrastructuur hun best doen de ruimte zo in te richten dat de stroom van voorbijgangers op een aangename en bijna vanzelfsprekende manier in goede banen geleid wordt. De buitenruimtes zouden comfortabel en aangenaam ingericht moeten blijven, zonder echt huiselijk te worden: buiten moet niet het nieuwe binnen worden.

En niet onbelangrijk, waar kunnen we je blijven volgen?

Dat kan hier: pieterhoexum.wordpress.com


THUIS

filosofische verkenningen van het alledaagse

In het boek ‘Thuis’ verkent Pieter Hoexum het onzichtbare alledaagse: dichters, architecten en filosofen leiden hem tot een beter begrip van het begrip thuis, maar brengen hem even vaak op een dwaalspoor.

Tijdens verschillende verblijven in het Roland Holsthuis in Bergen (NH) ging Hoexum op zoek naar een antwoord op de vraag: ‘Wat is thuis?’ Hij werd daarbij aan het denken gezet door een uitspraak van Wittgenstein: ‘De aspecten van de dingen die voor ons het belangrijkste zijn blijven voor ons door hun eenvoud en alledaagsheid verborgen.’ Hoexum gaat niet alleen te rade bij Wittgenstein, Heidegger, Bachelard en andere filosofen: hij dwaalt, tast de ruimte af, en merkt hoe een vreemd huis langzaam in zijn lichaam kruipt. Zo lukt het hem soms een glimp van wat thuis is op te vangen. Dit maakt ‘Thuis’ een aanstekelijke verkenning van een begrip dat zich niet eenvoudig laat vastleggen.


THUIS, filosofische verkenningen van het alledaagse
THUIS, filosofische verkenningen van het alledaagse