Foto: Theo Baart
Fietsverkenningen bekijk alle Processen

Op de pedalen 5 // Landschapsarchitect Nikol Dietz

Sectie
Luchthaven
Theo Baart
Mobiliteit
Fietsroutes
Tijs van den Boomen
Veiling
Op de pedalen
Leven onder het Luchtruim
Gepubliceerd op

Bijna twintig jaar geleden maakte Nikol Dietz van H+N+S een landschapsplan voor Green Park Aalsmeer. Hier zouden alleen bloemengerelateerde bedrijven komen, het liep anders. Toch zijn delen van haar visie werkelijkheid geworden, zoals groene ommetjes tussen de woonlinten en de bedrijfsdozen, en een driedubbele rij iepen langs de splinternieuwe Middenlaan.

Verslag van een fietstocht van 17 kilometer op maandag 13 juni 2022, een warme, zonnige avond met een zwakke noordwestenwind. Tekst & route: Tijs van den Boomen.

Herkauwende koeien op de Geniedijk, vlakbij station Hoofddorp (foto Theo Baart).
Herkauwende koeien op de Geniedijk, vlakbij station Hoofddorp (foto Theo Baart).

We treffen elkaar aan het einde van de middag bij de ov-fietsenstalling van station Hoofddorp. Nikol Dietz was meteen enthousiast om de fiets te pakken voor de verkenning van het veilinggebied, want die kans kreeg ze bij haar eerdere bezoeken zelden. ‘Toen H+N+S net was uitgenodigd om een plan te ontwikkelen heb ik hier natuurlijk wel eens rondgefietst om gevoel voor het gebied te krijgen, maar omdat het per ov en fiets zo slecht bereikbaar is, ging ik later, tegen mijn principes, eigenlijk altijd met de auto naar besprekingen, een deelauto welteverstaan, want zelf heb ik geen auto, veel te onhandig in de stad. Ze waren daar hogelijk verbaasd als ik met zo’n rood autootje van Greenwheels voor kwam rijden, maar vervolgens wilden ze er wel alles van weten: hoe dat werkt, wat het kost en vooral: hoe een leven zonder eigen auto eruitziet.’ De flanken van de metropoolregio zijn hardcore autoland.


We stappen op en Dietz wil al naar Kruisweg rijden, de lange rechte polderweg van Hoofddorp naar Aalsmeer, maar ik stel voor de Geniedijk te nemen, onderdeel van de Stelling van Amsterdam en sinds tien jaar voorzien van een fietsbrug over de A4. Uiteraard kent Dietz de Geniedijk goed, haar collega Hank van Tilborg heeft kortgeleden zelfs een park ontworpen langs deze dijk, maar tot haar eigen verrassing heeft ze er bij haar spaarzame fietsbezoeken aan Green Park Aalsmeer nooit aan gedacht om zelf zo te rijden, terwijl het toch nauwelijks om is.

Politieke keuze

Fietsend langs de dijk, zien we aan onze linkerhand al snel een smalle strook met half verharde paden, houten bruggetjes en fruitbomen, onderdeel van het Geniepark. De kantoorwerkers van het naastgelegen bedrijvenpark Beukenhorst kunnen hier straks appels, mispels en noten plukken. ‘Het ligt er goed bij’, zegt Dietz keurend, ’Hank kan tevreden zijn.’ Ze wijst op een net aangelegde weg haaks op het park, die al is voorzien van lantaarnpalen: ‘Heel Nederlands: de kantoren moeten nog komen, maar de wegen en het park zijn al klaar. Keurig.’

Kruising Geniedijk en Aalsmeerderweg, met rechts Schiphol Trade Park (foto Theo Baart).
Kruising Geniedijk en Aalsmeerderweg, met rechts Schiphol Trade Park (foto Theo Baart).

Via een royale fietsbrug, met leuningen die zich als de vleugels van een vlinder lijken te openen, steken we de snelweg over en volgen het fietspad over Schiphol Trade Park, waar binnenkort een volgend deel van het Geniepark zal worden aangelegd. Hier geen kantoorpanden, maar enorme distributieloodsen van slechts twee verdiepingen hoog. Dietz’ gezicht betrekt bij zoveel vermorste ruimte: ‘Blijkbaar is de grond hier zo goedkoop dat het niet loont om verder de lucht in te gaan, maar voor alle duidelijkheid: dat is dus een politieke keuze.’

Via een bedrijventerrein met datacenters en een smalle parkstrook van landschapsarchitectenbureau Delva – ‘Goed gedaan, robuust en toch lekker strak’ – verlaten we Haarlemmermeer en via de Aalsmeerderbrug komen we op de N196 terecht, de provinciale weg die vroeger onder het nummer N201 al het verkeer dwars door Aalsmeer naar de veiling bracht en verder. Nu staan er grote gele borden die auto’s sommeren bij een rotonde om te draaien: ‘Uithoorn FloraHolland via Schiphol-Oost (N201)’.

Alles, behalve levende bloemen

De nieuwe N201, die als een ceintuur aan de westkant om Aalsmeer en Uithoorn heen leidt, is pas in 2013 geopend, maar lang daarvoor maakten beide gemeentes al nieuwe plannen: aan de oude weg zouden woonwijken komen en bij de nieuwe weg een kantorenpark dat de nieuwe N201 mede moest financieren. Maar toen kwam de dotcom-crisis en stortte de kantorenmarkt in.

Dietz: ‘In 2004 is ons samen met stedenbouwkundige Enno Zuidema en Total Identity gevraagd een nieuw plan te maken, dat werd Green Park Aalsmeer waar alleen maar bloemengerelateerde bedrijvigheid zou komen, zeg maar alles behalve levende bloemen. Door de volgende crises is dat plan maar zeer ten dele gerealiseerd. Ik word nog wel eens gevraagd voor deelopgaven, maar hoe het er nu precies bij ligt? Ik ben heel benieuwd.’ We slaan linksaf naar de Stommeerkade en willen dan rechts het fietspad over de oude spoordijk nemen, maar dat is afgesloten, sterker nog, een heel stuk van de dijk is weggegraven voor de uitbreiding van de wijk Polderzoom. ‘Dat zal later wel worden teruggelegd’, zegt Dietz vol vertrouwen, ‘kijk maar hoe bij de aanleg van het eerdere stukje van de wijk al rekening is gehouden met de booglijn van het spoor. Het zou gebrek van historisch bewustzijn getuigen als dat niet zou gebeuren.’ Te vroeg gejuicht, blijkt als ik later de plannen bekijk: een stuk van honderd meter komt niet terug en daarmee is weer een oude lijn uit het landschap gewist.

We vervolgen dus de Stommeerkade en na de bocht rijden we de Hogedijk op. Links wijst Dietz op een wankele houten loopplank naar een veldje sierstruiken in de Bovenlanden, en rechts op huizen met diepe tuinen, hier en daar een kas, bij één woning wappert was aan de lijn. Dietz: ‘Het is precies deze rommeligheid en deze licht anarchistische toets die dit gebied zo bijzonder maakt. Veel is de laatste jaren verdwenen en gladgetrokken, maar gelukkig is het hardnekkig.’

‘Het is precies deze rommeligheid en deze licht anarchistische toets die dit gebied zo bijzonder maakt. Veel is de laatste jaren verdwenen en gladgetrokken, maar gelukkig is het hardnekkig.’

Als we verder willen fietsen, verspert een stevig bouwhek met verbodsborden de weg. Het zal er wel staan vanwege het verhogen van de dijk, vermoeden we, maar als ik later het Hoogheemraadschap van Rijnland bel, blijkt het om een staaltje NIMBY te gaan, not in my backyard. De werkzaamheden op de Hogedijk zijn op dit stuk al afgerond en de hekken zijn neergezet door een paar bewoners die willen verhinderen dat er mensen achter hun huizen langs komen.

Het Hoogheemraadschap protesteerde bij de gemeente Aalsmeer omdat het wandelpad dat altijd over de dijk liep nu ineens is afgesloten, maar de gemeente durft de hekken niet weg te halen omdat de juridische situatie niet helder is. Kortom: brutalen hebben de halve wereld.

Woonlinten

We draaien om en pakken noodgedwongen de Aalsmeerderweg: ‘Dit was vroeger de spoorlijn naar Amsterdam, vandaar de breedte, het is een gemiste kans dat hier nooit bomen zijn geplant.’ Maar zelfs deze weg is in al zijn veelvormigheid interessant: geen huis is hetzelfde en ook de bomen in de tuinen laten veel variatie zien. ‘Onze grote opgave was hoe om te gaan met dit soort linten. Van oudsher waren de percelen hier diep, ze liepen door tot de tocht, de hoofdwaterloop parallel aan het lint. Aan de andere kant van de tocht begon dan het perceel dat bij het volgende lint hoorde.’

In die tuinen werd, het woord zegt het al, aan tuinbouw gedaan, later werden percelen samengevoegd, er kwamen kassen te staan en zo ontstond een complexe aaneenschakeling van woningen en bedrijven, een half-industrieel landschap met kleine weggetjes haaks op de linten die de kassen ontsloten en die soms doorliepen naar het volgende lint. Toen kweken op deze relatief kleine schaal niet meer loonde, raakte het gebied in verval. ‘De wegen zijn nu pure woonlinten geworden en die hebben we, hoe jammer dat ook is, moeten losknippen van het terrein erachter, waar zo’n grote dozen moesten komen dat elke poging daarmee een relatie te leggen lachwekkend zou zijn.’

‘De wegen zijn nu pure woonlinten geworden en hebben we moeten losknippen van het terrein erachter.’

Wat Dietz voorstelde was om bij alle linten een robuuste groene buffer achter de huizen aan te leggen. ‘We hadden het geluk dat er een flinke waterbergingsopgave was, dus de noodzaak een sloot aan te leggen was er al. Die zijn we vervolgens gaan verbreden met een groen talud om geluidsoverlast tegen te gaan. En omdat we weten dat Schiphol panisch is voor broedende vogels, legden we over het groen een wandelpad, zodat verstoring verzekerd was. Zo planden we overal een buffer van minimaal dertig meter en dat is over het algemeen goed gelukt.’

Minder succesvol was het creëren van doorsteekjes van de linten naar de buffers, zoals er vroeger ook dwarsweggetjes naar achteren prikten. ‘Bij de nieuwe kavels hebben we die wel ingetekend, maar kopers gaan onmiddellijk dwarsliggen.’ Nog meer NIMBY dus.

Industrieel erfgoed

Een lichte verhoging in de Aalsmeerderweg verraadt dat de tunnelbak van de N201, die onder de Ringvaart doorvoert, hier weer langzaam bovengronds komt. Als we weer dalen zien we links een zwart glimmende asfaltweg naar een nieuwe bedrijfshal lopen, graafmachines staan klaar om een nieuw stuk van het terrein in gereedheid te brengen, verderop staat een enorme oude loods, twee schoorstenen verraden dat daarachter nog oude kassen moeten staan. ‘Hier zie je de weerbarstige praktijk, het gaat hier stukje bij beetje’, lacht Dietz.

We fietsen door tot de Machineweg, die de grens vormt van Green Park Aalsmeer en daarmee van de plannen van Dietz. Maar voordat we rechtsaf slaan, wijst ze nog snel op twee gebouwen: een supermarkt met een enorm parkeerterrein, want dit is tenslotte autoland, en het gemaal dat al het water uit de polder naar de Ringvaart pompt, een fraai bakstenen gebouwtje uit 1935, op zich goed gerenoveerd, maar aan het oog onttrokken door hekken, grijpers en stalen pijpen. ‘Mensen zijn hier trots op het verleden, tegelijk is er een enorme nonchalance.’

Het terrein langs de Machineweg is al helemaal bouwrijp en de eerste mega-panden zijn al verrezen, maar aan de rand priemt een korte, stevige schoorsteen fier overeind, overduidelijk net gerestaureerd. ‘We hebben een lijst gemaakt met alle schoorstenen die er nog overeind stonden in Green Park en daarmee zijn we gaan leuren. Maar bedrijven vinden zo’n relict alleen maar lastig, gelukkig wilde deze particuliere eigenaar hem wel bewaren.’

Iepenlaan

En dan slaan we rechtsaf, de Middenweg op, een weg die niet alleen splinternieuw oogt, maar dat ook ís: zo’n twintig jaar geleden bestond er nog geen Middenweg, alleen een Middentocht, een brede afwateringssloot. De komst van de N201, die op deze hoogte op- en afritten moest krijgen, maakte deze nieuwe weg noodzakelijk, aan Dietz de taak die te ontwerpen. Het werd een driedubbele bomenlaan, met een apart fietspad en een stoep, en een brede sloot erlangs. ‘Eigenlijk wilden we essen nemen, die stonden verderop ook al, maar door de essentaksterfte was dat te riskant. We hebben toen iepen gekozen, die passen daar goed bij. Vorig jaar werd ik door het Projectbureau gevraagd om ze bij de kweker zelf uit te gaan zoeken, dat was heel tof.’

Schiphol Area Development Company (SADC) biedt op Green Park percelen te koop aan (foto Theo Baart).
Schiphol Area Development Company (SADC) biedt op Green Park percelen te koop aan (foto Theo Baart).

Goedkeurend kijkt Dietz naar haar laan, slechts één boom staat scheef. ‘We gebruiken verschillende soorten: rechts langs het fietspad breed uitkragende iepen, in het midden hoog optorenende in verband de vrachtwagens en links min of meer gewone. Bovendien wisselen we om de vijfhonderd meter van soort in de hoop dat in geval van een iepenziekte niet alles om gaat.’

Ook over de brug die vanaf de Middenweg het bedrijventerrein ontsluit: ‘Ze oogt zo robuust als we hoopten, maar eigenlijk is het alleen maar een betonnen plaat over een duiker.’ Oorspronkelijk was vanaf de brug een U-vormige weg gepland die het hele terrein zou ontsluiten en aan het andere einde weer op de Middenweg zou uitkomen. Het bleek niet nodig: ‘De schaalvergroting is tijdens het proces alweer zo ver voortgeschreden dat er op dit terrein van vijftien hectare maar een paar bedrijven zullen komen en misschien zelfs maar één.’

Ondanks al deze grootschaligheid zien we toch mensen over het voetpad langs de Middenweg lopen, een jogger, twee vrouwen met een hond, een man met een fiets aan de hand. Dietz: ‘Er zijn hier zo weinig ommetjes, dat mensen elke mogelijkheid die je biedt meteen aangrijpen.’

Schipholparkeren

Aan de andere kant van de N201 is het gedaan met de iepenlaan. Omdat enkele eigenaren vooralsnog niet meewerken, ligt hier nog de smalle tijdelijke weg met bochten. Bij een stuk grond dat eigendom is van de gemeente, is alvast eenzelfde robuuste ontsluitingsbrug aangelegd als we eerder zagen. Die brug voert naar een van de vele langparkeerterreinen aan deze weg, shuttlebussen brengen de klanten naar Schiphol.

Langparkeren Schiphol aan de Middenweg (foto Theo Baart).
Langparkeren Schiphol aan de Middenweg (foto Theo Baart).

Dietz haalt haar schouders op: ‘In het begin waren we streng op de bedrijven die we toelieten, maar naarmate de crisis langer aanhield werd de druk vanuit de gemeentes groter. Ik troost me met de gedachte dat die parkeerterreinen straks weer makkelijk weg kunnen.’ Somberder is ze over het distributiecentrum dat aan de andere kant van de Middenweg is verrezen, ook al is het een mooie bronzen doos met een parkje op het dak en een fietsenstalling en een insectenhotel voor de deur. Want zo’n doos krijg je niet zo makkelijk weer weg.

Ronduit somber is ze over het ontbreken van een stuk van de ecologische verbindingszone die ze links van de Middenweg had gepland, richting Hornweg. ‘In het uiteindelijke structuurplan is dat niet overgenomen.’ Maar ze klaart weer op als ze links het stuk van de ecologische verbindingszone ziet dat wel is gerealiseerd, een plas met langgerekte eilandjes erin. ‘Schiphol verbiedt watervlaktes groter dan 0,3 hectare en dit vonden we een speelse manier om met die eis om te gaan. Het verwijst bovendien naar de Bovenlanden.’

Arbeidsmigrantenhotels

Aan het einde van de Middenweg, bij de verouderde waterzuivering van Aalsmeer, slaan we linksaf, dan weer links en we rijden over het volgende woonlint, de Hornweg. Volgens Dietz is dit het mooiste lint, of eigenlijk wás het dat, want het eerste stuk fietsen we langs het hoge grijze geluidsscherm dat de veiling er ruim tien jaar geleden neerzette. Een stukje verder stuiten we op barriers die ons om de bouwplaats van de OLV leiden, de Ongestoord Logistieke Verbinding die de veiling aan de achterkant van een tunnel voorziet, waardoor vrachtauto’s vanaf volgend jaar kunnen doorsteken naar de Middenweg en dan, hup, de N201 op. Bij de Poolse supermarkt, waar vroeger een Spar zat – Dietz kocht er altijd broodjes –, slaan we rechtsaf naar het volgende deelgebied van Green Park Aalsmeer, waar inmiddels de grootste bakkerij van Nederland is neergestreken. ‘Het grapje van het Projectbureau was dat ze hier met bloem werken, en dat het dus bloemgerelateerd is.’

De Flower Tower, een hotel voor arbeidsmigranten, had Dietz nog niet gezien, we fietsen langs het vijf verdiepingen tellende gebouw. Aan de zijkant ligt langs het water een brede groenstrook waar wat bankjes zijn geplaatst, in de verte loopt een man langs het water. Dietz begint te stralen. ‘Het werkt dus echt.’

Als ik haar vragend aankijk, legt ze uit: ‘Dit is de Horntocht, dat was vroeger een smalle sloot. We hebben die drastisch verbreed en er een groenstrook naast gelegd. In het beeldkwaliteitsplan hebben we verder bepaald dat er tegen de hekken bloemen moesten komen. In die tijd was er nog helemaal geen sprake van arbeidsmigrantenhotels, maar je ziet nu dat het groene raamwerk ook bij zo’n voorziening werkt. Op zich is het natuurlijk een slecht idee om mensen te verbannen naar een bedrijventerrein, maar groen, bloemen en water helpen wel. Met een paar treurwilgen zou je strook nog net wat fraaier kunnen maken.’

Het dak op

Langs een tweede hotel, dat nog in aanbouw is, fietsen we opnieuw onder de N201 door en dan komen we eindelijk bij de veiling zelf, die wel en niet deel uitmaakt van Green Park Aalsmeer. ‘Onze plannen betreffen het hele gebied, inclusief de 38 hectare van FloraHolland, maar de BV die de gemeentes Aalsmeer en Uithoorn samen hebben opgericht voor de gebiedsontwikkeling, heeft alleen invloed op de 126 hectare waar we net overheen zijn gefietst. De veiling is en blijft een eigen wereld: ze keken wel mee bij de planontwikkeling, maar ze hielden zich zorgvuldig op de achtergrond.’

Als een betonnen bakbeest liggen de veilinggebouwen in de avondzon, een lange ramp voert naar het uitgestrekte parkeerterrein op het dak van het hoofdgebouw. Ondanks de logge ov-fietsen ondernemen we de beklimming, met een fenomenaal uitzicht als beloning. Normaal denderen hier de opstijgende vliegtuigen recht overheen – Dietz heeft ooit voorgesteld het logo van FloraHolland op het vijftien hectare grote dek te schilderen, duidelijk zichtbaar voor overvliegende passagiers – maar dankzij groot onderhoud aan de Aalsmeerbaan is het nu stil, diep onder ons rijden nog wat vrachtwagens.

De stilte zou, gesteld dat de Aalsmeerbaan ooit zou worden opgeheven, blijvend kunnen zijn, maar de vrachtwagens lijken een veel vaster gegeven. Kan Dietz zich voorstellen dat je Green Park ooit zou kunnen mengen met reguliere woningen? ‘Wow, dat zou wel een uitdaging zijn, ik ken eigenlijk geen voorbeelden hoe je fietsers en vrachtwagen veilig kunt combineren. Een concept als auto te gast kan hier niet, de vrachtauto is geen gast, maar juist de essentie.’ Ze zou geen ontwerper zijn, als ze toch niet meteen begon te verzinnen: ‘Je zou twee helemaal gescheiden systemen moeten maken voor langzaam verkeer en vrachtverkeer. Maar hoe los je de kruisingen op? Geen idee nog, maar daar kom ik op terug.’