Nieuwe energie in de woningmarkt: terug naar het hofje

Woonsymposium

In een symposium over de ‘inclusieve woningmarkt’ op 29 maart, georganiseerd door het Podium voor Architectuur, zette wethouder van de gemeente Haarlemmermeer, Jurgen Nobel, de boel meteen op scherp. In zijn welkomstwoord verwees hij naar een van de grote ambities van de coalitie. “We moeten bouwen, bouwen en bouwen.”

Als groene hart van de metropoolregio Amsterdam is Haarlemmermeer een aantrekkelijke plek om te wonen. Het maakt dat de druk op de woningmarkt groot is. Aan vrijwel alle typen woningen is gebrek. In de verwachting dat het aantal inwoners zal doorgroeien naar 200.000 is het streven om tot 2040 20.000 woningen erbij te bouwen.

De kracht van suburbaan
Een gigantische opgave, waarbij de centrale vraag is: hoe creëer je een inclusieve woningmarkt, oftewel een passend thuis voor iedereen? In dit drukbezochte woonsymposium - op initiatief van Ymere, gemeente, AM en waarbij Rabobank Regio Schiphol als gastheer optreedt - laten diverse deskundigen hun licht schijnen op het antwoord.

Sociaal-geograaf Ivan Nio definieert inclusief als een ‘toegankelijke stad met gemengde wijken waar mensen wonen en samenkomen’. Als hij dat koppelt aan de kernkwaliteiten van de Haarlemmermeer, dan roept hij op om vooral het ‘suburbane’ karaker van de regio te koesteren. “Wonen met ruimte, rust en alle stedelijke voorzieningen binnen handbereik.”

Wooncoöperatie
Architect Peter van Assche plaatst inclusiviteit in een historische context. Hij grijpt terug op een tijd dat mensen nog harmonieus samenleefden in woonhofjes in de stad op basis van gedeelde interesses en kenmerken. Waarom zou je die verbinding niet terug kunnen brengen in de 21e eeuw?

Arie Lengkeek doet dat met Het Rotterdams Woongenootschap, dat woonprojecten ontwikkelt in de vorm van een coöperatie, waarin groepen bewoners kosten en voorzieningen delen voor het algemeen nut. “In een stad als Zürich, Zwitserland zijn dit soort collectieve woonvormen gangbaar.”

Bloeiend woonwagenkamp
Oud-woningcorporatie bestuurder Martien Kromwijk rekt de grenzen van de verbeelding nog verder op. Tegenover de wooncoöperatie plaatst hij het ‘tiny house’, een piepklein, verplaatsbaar huis waarin mensen zelfvoorzienend leven. Daarnaast wijst hij op Beukbergen in Zeist, een bloeiend woonwagenkamp, waarin woonwagens geflankeerd worden door nieuwbouwhuizen en waardoor er een nieuwe energie ontstaan is. Toegegeven, het is met alle wet- en regelgeving in Nederland niet gemakkelijk om de niches van de woningmarkt op te zoeken. Maar toch is dat noodzakelijk. Want over één ding zijn alle aanwezigen het eens: een inclusieve woningmarkt is vooral een woningmarkt waarin alle woonvormen een kans moeten krijgen.