Working with Architectonic DNA
Karin Christof (Ed.) - PODIUM VOOR ARCHITECTUUR - JAPSAM BOOKS
De publicatie Working with Architectonic DNA [werken met een architectonische DNA] onderzoekt het fenomeen van het ontwerpen van architectonisch complexe projecten, die voortdurend in verandering zijn en daarom om een constante aanpassing vragen. Het vertrekpunt is de luchthaven Schiphol in Nederland, een project dat voortdurend in beweging is en waarvan het gebruik is afgestemd op veranderende vliegpatronen als gevolg van economische groei en krimp. De Nederlandse architect Jan Benthem, die talrijke ontwerpen voor Amsterdam Airport Schiphol heeft gerealiseerd, beschrijft dit type projecten als 'werken met een architectonische DNA voor projecten, die altijd, dus op elk moment van het proces af moeten zijn.'
Uitgaande van deze stelling van Jan Benthem gaat de publicatie in op het idee van het ontwerpen met een architectonische DNA en verkent de verbanden met diverse disciplines. Teksten en interviews door architecten, stedenbouwkundigen, filosofen, interieurontwerpers en onderzoekers belichten dit architectonische fenomeen vanuit hun eigen professionele invalshoek. De vraag blijft echter: Wat is de essentie, de basis van een architectonische DNA? Wat zijn de instrumenten en methoden om ermee te werken? En ten slotte, is het inderdaad mogelijk om met een zogenaamde 'architectonische DNA' te ontwerpen? Een nawoord van Benthem sluit de verzameling reflecterende teksten af.
This book explores the phenomenon of designing complex architectural projects that require continuous modification including expansion and contraction. The departure point is Schiphol Airport: a space in constant flux as air travel patterns change. Dutch architect, Jan Benthem, who has made numerous designs for the airport since the 70s, describes these projects as ‘working with an architectonic DNA where projects need to be accessible at all stages of the design and construction’. Departing from this statement the publication explores links with various disciplines. Texts and interviews by architects, urban planners, philosophers, interior designers and researchers investigate this architectural phenomenon from their professional points of view. What is the essence, the conceptual basis of an ‘architectonic DNA’?






